Pollofrito.nl
We gaan weer verder op:
We gaan weer verder op:
Na Bogotxe1 was er nog xe9xe9n laatste plek die hoog op ons verlanglijstje stond om te bezoeken: Calxed. Calxed staat bekend als de salsahoofstad van Colombia, en misschien wel van heel Zuid-Amerika en dit konden wij, als volleerde houten-planken-salsa-dansers natuurlijk niet overslaan.
Maar waar het nachtleven van Calxed internationale faam heeft, is het overdag gewoon een doodnormale, iets te grote Colombiaanse stad. In het centrum heeft de commercie zoxb4n beetje al het andere verdrongen en naast de eindeloze rijen winkels hebben ook nog eens honderden straathandelaren een plekje gezocht om hun gekopieerde cdxb4s, hun namaak-merkkleren en hun altijd rinkelende wekkers aan de man te brengen. Dit maakt een wandeling door het centrum tot een ware commercixeble survivaltocht, die overigens meestal erg vermakelijk is en die we zelfden ongeschonden doorkomen. Temidden van al dit kapitalistische geweld ligt het altijd aanwezige centrale plein met aan weerszijden de belangrijkste gebouwen van de stad en op de bankjes van het plein zelf uitrustende families, oude mannetjes en vrouwtjes en de nodige zwervers. Vanaf het centrale plein strekken in alle richtingen afwisselend arme, rijke en hele rijke wijken zich uit waar miljoenen mensen hun plekje hebben gevonden. Net als Medellxedn heeft de stad bijzonder weinig xb4toeristenattractiesxb4en het zegt genoeg dat de dierentuin wordt aangeprezen als een van de hoogtepunten.
Maar zoals gezegd kan je beter xb4s avonds of xb4s nachts Calxed bezoeken dan overdag. Eigenlijk begint het nachtleven al na werktijd. Op de Avenida Sexta, een van de uitgaansstraten van de stad stromen na kantooruren de barretjes vol met groepjes collegaxb4s die hun werkomgeving wel even willen inruilen voor een biertje en een paar salsapasjes. Omdat de concurrentie erg groot is heeft elke bar wel een of eerdere personen in dienst om buiten op straat deze groepen de weg te versperren en ze proberen over te halen om hun fles rum of hun kan bier in hun barretje te komen drinken. In de barretjes zelf heeft elke groep zijn eigen tafel en hoewel dat voor Nederlanders misschien erg ongeloofwaardig klinkt kan je gerust je tafeltje verlaten en je halfvolle fles rum of whiskey laten staan zonder dat ook maar iemand er een vinger naar uitsteekt.
In de rest van Calxed liggen her en der verspreid nog verschillende andere zones met barretjes, discotheken en honderden feestende Calexf1os. Sommige voor het meer arme deel van de bevolking en sommige voor het meer rijke deel van de bevolking. xc9xe9n avond kwamen we terecht in het wat rijkere gedeelte en vielen we binnen bij disco Praga. Al gauw werd ons duidelijk hoe de huidige mode is in hip Calxed: de man draagt een blousje of een polo (als het maar een kraag heeft), de vrouw draagt silliconentieten, een veel te klein truitje en een nog kleiner rokje. Wij gingen niet helemaal op in deze omgeving maar besloten toch maar gewoon te blijven, met dank aan de schaarsgeklede danseressen die af en toe het podium onveilig maakten.
Na een klein weekje Calxed werd het weer tijd om door te reizen en het hoofdstuk Colombia af te sluiten. Omdat de busreis naar de eindhalte Quito nogal lang was besloten we een tussenstop (inclusief overnachting) te maken in Popayan, wat een van de mooiere steden van Colombia schijnt te zijn. Of het waar is weten we niet omdat we pas in de avond aankwamen en de volgende ochtend in alle vroegte weer in de bus stapte voor de rest van de reis. Deze reis voerde ons langs Pasto, Ipiales, de grens en Tulcan, alhoewel we van al deze steden niet veel meer hebben gezien dan het busstation… En na bijna 15 uur in allerlei verschillende busjes kwamen we xb4s avonds laat het oude vertrouwde Quito weer binnen rijden…
Bij aankomst in een nieuwe stad vragen we normaal gesproken een taxichauffeur om ons te verassen en naar een hotel te brengen dat xb4Bueno, Bonito en Baratoxb4 is. Over het algemeen werkt dit erg goed maar de chauffeur in Bogotxe1 had hier iets meer moeite mee en bracht ons langs een aantal hotels die weliswaar bueno en bonito waren, maar totaal niet barato. Na een lange vruchteloze tocht hebben we ons uiteindelijk maar laten afzetten bij het minst dure hotel en hebben we meteen de uurtjes slaap ingehaald die we tijdens de nachtelijke busrit hadden gemist.
Diezelfde middag maakten we ons eerste uitstapje het centrum in, waar we al snel stuitte op een afgezette straat die klaar leek te zijn voor een optocht. Deze kwam inderdaad even later aanzetten, maar het viel allemaal een beetje tegen. De optocht, een parade van scholieren, was bijna bij het eindpunt en de deelnemers leken er, op enkele uitzonderingen na, niet echt veel zin meer in te hebben. Daarnaast leek de hele optocht de avond van te voren in elkaar geknutseld, waren de dansjes niet echt chronologisch, waren de kostuums wat armoedig en was het tot het eind van de optocht totaal onduidelijk wat nou precies het doel was.
De volgende dagen hebben we langzaam maar zeker de stad verkend. Een van de eerste plekken die we te zien kregen was het stadion, waar op een mooie zaterdagavond Millionarios speelde tegen Huila. Het was de laatste wedstrijd van de competitie en Millionarios moest winnen om door te gaan naar het play-off systeem dat ook tot in Colombia is doorgedrongen. Er waren vooral heel veel supporters van de club uit Bogotxe1 (Millionarios) toegestroomd, Huila werd slechts vertegenwoordigid door een handjevol aanhangers in een hoekje van het stadion. Naar goed Latijns-Amerikaans gebruik was een van de tribunes gevuld met de fanatieke aanhang die het natuurlijk weer presteerde om negentig minuten lang te zingen, te springen en heen en weer te rennen. Maar ook om ons heen, op de zogenaamde xb4rustigexb4 tribune, werd fanatiek meegeleefd, werd er met vlaggen gezewaaid en werd er zo nu en dan een creatief liedje ingezet. Millionarios wist uiteindelijk simpel met 2-0 te winnen en als gevolg hiervan wisten beide clubs zich te plaatsen voor de play-offs en kon iedereen blij en tevreden naar huis.
Een ander uitstapje dat natuurlijk niet mocht ontbreken was een tochtje met de ook hier aanwezige teleferico. Het derde kabelbaantje van deze reis bracht ons weer eens naar een mooi uitkijkpunt over de stad en we konden ons geheugenkaartje wederom volschieten met mooie overzichtsplaatjes van een miljoenenstad. Boven op de berg was verder niet veel meer te vinden dan een kerje, wat souvenirswinkeltjes en een paar restaurantjes waar ingewanden werden aangeprezen, dus we stonden ook weer snel benden.
De laatste twee dagen probeerden we onszelf cultureel wat te verlichten door bezoekjes aan verschillende musea te brengen. De eerste dag was het Gabbaxb4s verjaardag en met zijn kinderfeestje gaan we naar Maluka, een soort expirimenteel wetenschappelijk museum waar we lekker veel op knopjes konden drukken. Naast ons vieren werd het museum vooral bezocht door schoolklassen en samen met hun kregen we elektrische schokken, lieten we ons visueel bedriegen en zagen we in een soort omniversum een driedimensionale film over aliens die een bezoekje brengen aan een prepark. Erg cultureel verantwoord dus en daarnaast een zeer geslaagd kinderfeestje.
De laatste dag in Bogotxe1 brachten we nog even snel, voor onze bus naar Calxed vertrok, een bezoekje aan het museum van Botero. Botero is de beroemdste kunstenaar van Colombia en heeft er een voorliefde voor om alles en iedereen wat hij schildert nogal dik uit te beelden. Hoewel ik normaalgesproken in slaap val in schilderij-musea, wist Botero me redelijk wakker te houden en is mijn cultuurpeil weer terug op niveau.
De rest van de tijd in Bogotxe1 hebben we gevuld met bowlen, pingpongen, uitgaan, uitslapen, films kijken in de bioscoop, films kijken in het hotel, doelloos rondlopen door het centrum en het kopen van allerlei prullaria, die ook wel eens ietwat overdreven xb4souvenirsxb4worden genoemd…
Medellxedn is met 2,2 miljoen inwoners na Bogotxe1 de grootste stad van het land maar is niet echt gezegend met al te veel toeristische attracties. En hoewel Colombia over het algemeen niet echt druk bezaaid is met toeristen zien we in xe9xe9n week Medellxedn geen enkele ander persoon rond lopen die ook maar iets weg heeft van een toerist.
Gelukkig is Medellxedn wel erg druk bezaaid met erg vriendelijke Colombianen. Al na een paar uur in de stad liepen we in het centrum de zusjes Elizabeth en Marcela tegen het lijf en na een tijdje gekletst te hebben werden we bij hun thuis uitgenodigd. Ze wonen in de wijk Blanquizal, een wat armer wijkje, waar, zo wordt ons pas later verteld, tot enkele jaren geleden drugsbendes, paramilitairen en guerilla hun oorlog op straat uitvochten. Elizabeth heeft hier haar eigen huisje, een kamertje plus een klein keukentje, en Marcela woont twee deuren verder op bij haar oudes. We maakten meteen kennis met de hun ouders en met wat andere losse familieleden die her en der los rondhingen in de buurt. Terwijl de reggaeton in het huisje van Elizabeth inmiddels op het hoogste volume stond en we bezig waren aan het tweede kartonnen pak rum, kwamen de ouders nog even bezorgd langs: de wijk waarin ons hotel stond is volgens hun alles behalve veilig en het was een beter idee als we onze spullen inpakten en intrek namen in het huisje van Elizabeth. Onze protesten dat we zoveel gastvrijheid niet konden accepteren waren natuurlijk volkomen vruchteloos en dus verruilden we de volgende dag ons hotel (een hotel waar normaal gesproken per uur betaald wordt…) voor ons tijdelijk onderkomen in de wijk Blanquizal.
Elizabeth en Marcela werken door de week , maar de gepensioneerde vader Gabrixebl was meer dan bereid om ons op de maandagochtend te laten zien hoe we per bus naar het centrum konden reizen. Al gauw bleek dat Gabrixebl veel grootstere plannen had en dat hij op deze maandag niet meer van onze zijde ging wijken.. En zijn grootste plannen leken vooral te wijzen in de richting van de metro die de stad bovengronds doorkruist. We stapten precies op de middelste halte in en het werd ons al gauw duidelijk dat we eerst helemaal naar het ene uiteinde zouden gaan reizen, daar zouden uitstappen om vervolgens helemaal naar de andere kant te reizen om daar precies hetzelfde te doen. Volgens ons een redelijk zinloos uitstapje, maar volgens onze vriend Gabrixebl het meest fantastische wat er te doen was in Medellxedn en het allermooiste voor hem is nog dat dit allemaal kon op xe9xe9n kaartje. Onderweg had hij de grootste lol (en daardoor wij ook) en hing hij hele verhalen op die we door zijn accent, zijn tempo van praten en zijn missende voortanden slechts voor een klein deel konden volgen.
Gelukkig kregen we onderweg enige afleiding. De metro heeft een aftakking in de vorm van een kabelbaan en ook de kabelbaan konden we gebruiken met ons ene kaartje. Zo werden we gebracht naar een wijkje boven op een berg van waar we mooi uitzicht hadden over de miljoenenstad (natuurlijk wel allemaal zonder de halte te verlaten).
Onze voorzichtige hoop dat na deze paar uur durende metrorit Gabrixebl ons alleen zou laten werd al snel de grond in geboord doordat hij geenzins van plan was om ons alleen te laten. Omdat we aan hadden gegeven nog even langs een centro comercial te willen lopen nam hij ons als volleerde gids mee een centro comercial in waar we per winkeltje een paar minuten vrij kregen. Zijn what-to-do-lijstje leek nog lang niet helemaal afgewerkt te zijn en braaf liepen we achter hem aan langs een paar verschillende parken. In een van de parkjes (een plein krijgt hier al snel de naam park) leek al het uitschot van Medellxedn zich te hebben verzameld. Hier kregen we al snel gezelschap van een jochie van een jaar of tien die er redelijk welvarend uitzag, maar tegelijk bezig was om grote hoeveelheden lijm weg te snuiven. In het volgende park besloot Gabba zijn schoenen te laten poetsen maar werden we al snel gewaarschuwd dat de drie schoenenpoetsers die zich hadden verzameld rondom zijn schoenen niet te vertrouwen zijn, dus ook hier waren we snel weer weg.
Hierna leek ook Gabrixebl het wel gezien te hebben en xb4mochtenxb4we onze tour bexebindigen en weer terug keren naar Blanquizal.
De rest van de week zijn we wel zelf opstap geweest. Een van de dingen die natuurlijk nog moest gebeuren was een bezoekje brengen aan het graf van Medellxedns meest beroemde en beruchte inwoner: Pablo Escobar. Pablo werd in 1993 op de daken van Medellxedn doodgeschoten en heeft zijn laatste rustplaats gevonden op de begraafplaats xb4Jardines de Montesacrexb4. Op de begraafplaats aangekomen bleek het vinden vanhet graf moeilijker dan gedacht. Er liggen een heleboel graven maar nergens staat een overdreven grote met cocaxefne besprenkelde graftombe, laat staan een paar richtingaanwijzers die ons de goede kant op konden wijzen. Na enig navragen kwamen we uiteindelijk uit bij een bescheiden familiegraf waar Pablo tussen pa en ma Escobar begraven ligt en na een toeristisch kiekje konden we ook dit weer van ons lijstje afstrepen.
In de Lonely Planet stond nog een andere plek omschreven als de moeite wwaard om te bezoeken: Pueblo Paisa. Dit moet een replica zijn van een typisch Antioquia-dorp maar of de dorpen in Antioquia zijn wel heel erg klein of er is erg veel gebeurd sinds de Lonely Planet drie jaar geleden uitkwam, want wat we aantroffen is een ietwat zielige verzameling van een paar huisjes waar wat artesanxeda wordt verkocht.
Gelukkig is Medellxedn ook zonder al te grote toeristenattracties een van de leukste steden van het land. De Paisas, inwoners van Medellxedn, maken het tot een leuke stad en gelukkig zijn er daarvan meer dan genoeg. De stad lijkt meer inwoners te hebben dan stad zelf, waardoor overal op straat een overschot aan mensen lijkt rond te hangen. De grootste mensenmassaxb4s bevonden zich in het centrum, wat een grote commercixeble chaos is. Alles is hier te koop en alles wordt hier gekocht, in veelvoud… Ook wij kwamen dit centrum niet helemaal ongeschonden door en we zagen in de kledingwinkels dan ook een mooi alternatief voor de waserette waar we al dagen naar op zoek waren…
We zitten ondertussen in Bogota en hebben de laatste weken half Colombia doorkruist, dus hierbij even een snelle update van wie, wat en waar.
Het laatste verhaal eindigde ermee dat we Santa Marta binnen kwamen rijden. De eerste drie dagen in Colombia zijn we in Santa Marta zelf gebleven, al maakten we deze dagen wel uitstapjes naar het nabijgelegen Taganga. Taganga is een klein vissersdorpje met een smerig strandje, een heleboel jugo-stalletjes, nog veel meer Israxeblische toeristen en daarnaast de plek om een duikcursus te regelen. Na drie dagen besloten we dan ook om al onze spullen weer in te pakken, ze achter in een taxi te gooien en ze in Taganga weer uit te laden om vervolgens bijna een week lang niet meer weg te komen uit dit dorp. De eerste nacht in Taganga hebben we nog gewoon in een hotel geslapen, de rest van de week hebben we onze nachtrust proberen te vinden in een klein warm kamertje met verotte stapelbedden bij de duikschool die ons had weten te strikken. In een weekje Taganga hebben we vervolgens acht duiken gemaakt, een uitstapje gemaakt naar het mooiste strand ter wereld (zie eerder geplaatste fotoxb4s), tientallen emmers vruchtensap gedronken, twee uitstapjes gemaakt naar een stripclub (ideetje van mijn Spaanse duikinstructeur), een bezoekje gebracht aan de plaatselijke disco en een goed gesprek gehad met een pratende papagaai.
Nadat we in de chaos die ons hotelkamertje op de duikschool was geworden weer al onze spullen min of meer hadden teruggevonden was het tijd om Taganga achter ons te laten en ook de rest van Colombia eens een bezoekje te brengen. Op het busstation van Santa Marta werden we bijna letterlijk besprongen door een horde driftige mannetjes die ons allemaal probeerden over te halen om met hun bus mee te gaan. We kozen uiteindelijk voor Expreso Brasilia omdat hun vertegenwoordiger bijna perfect wist na te doen hoe opgevouwen we zouden zitten als we met de concurrentie mee zouden reizen.
Twee uurtjes later reden we Barranquila binnen. Deze stad hebben ze voor het gemak maar weg gelaten uit de Lonely Planet en inderdaad is er weinig te doen. Het was er vooral erg warm en het hele centrum bestaat uit een grote markt waar alles wordt verkocht wat iedereen ook maar nodig of juist helemaal niet nodig heeft. We zijn een nachtje blijven slapen, hebben een rondje gemaakt door het centrum en hebben ons vervolgnes door de taxi weer naar het busstation laten brengen. Met deze taxi zijn we nog even snel langs Barranquilaxb4s misschien wel grootste en meteen ook meest trieste attractie gereden. In een parkje naast het stadion staat een zielig, lelijk roestend standbeeld van de meest beroemde inwoner van de stad: Shakira. De taxichauffeur schaamde zich eigenlijk om ons het standbeeld te laten zien en dit zegt eigenlijk genoeg over de stad.
Onze volgnde stop beloofde meer goeds. Cartagena staat bekend als een van de mooiste, zoniet de mooiste stad van Zuid-Amerika. Het cetrum bestaat uit een mooi, zeer goed geconserveerd, ommuurd centrum en een eveneens historisch, maar veel meer verarmd en verpauperd gedeelte. Ons hotel stond in dit laatste deel, dat zich xb4s avonds leek te vullen met al het uitschot van de stad. Maar van hier was het slechts een klein stukje lopen naar inderdaad een van de mooiste stadscentra ter wereld. Dit gedeelte is geheel gericht op (de iets meer vermogende) toeristen en bestaat uit smalle straatjes, mooie pleintjes, nog mooiere kerkjes, goed geconserveerde koloniale gebouwen en door de straten rijden koesten om toeristen heen en weer te brengen. Een groot deel van de tijd die we in Cartagena verbleven brachten we door in dit centrum. Zittend in een parkje, dolend door de straten of artesania kopend. Daarnaast hebben we echter ook nog een paar uitstapjes gemaakt, die we geheel volgens onze stijl pas op het laatste moment hadden geregeld (12 uur xb4s avonds, de avond van te voren).
De eerste tour beloofde ons een serie afgelegen tropische eilandjes en een verlaten strandje, dat we dan wel moesten delen met de andere deelnemers aan de tour. In dit geval bleek dat we weer eens pech hadden: de andere deelnemers hadden de gemiddelde leeftijd van een goed gevuld bejaardetehuis en we zagen lijdzaam toe hoe onze boot werd volgeladen met omaatjes die we beslist niet in badpak wilden zien. De tour zelf viel ook een beetje tegen, al maakten we wel een leuk uitstapje naar een dolfinarium waar zelfs de haaien mooie kunstjes vertoonden. Het verlaten strandje stelde, net als de tropische eilandjes, niet veel voor en we hebben onze tijd vooral doorgebracht in het aanwezige zwembad en in de hangmat.
De tour van de volgende dag, eveneeens geregeld op het laatste moment, schotelde ons een modderbad in een vulkaan voor. Onze droom van een 5000 meter hoge borrelende vulkaan, compleet met lava, rookwolken en daartussen in een modderbad spatte echter gigantisch uiteen bij aankomst. Wat we aantroffen was slechts een lullig heuveltje van nog geen 50 meter hoog waar je op moest klimmen om vervolgens uit te komen bij een klein (zelfs niet pruttelend) modderbadje. Gelukkig was dit bad wel erg relaxed. De modder is precies dik genoeg om te blijven drijven en speciaal getrainde mannetjes dreven rond om iedereen een moddermassage te geven.
Na deze twee tours hebben we het voor gezien gehouden in Cartagena. Het werd weer tijd voor iets nieuws en al wekenlang hoorden we het graf van Pablo Escobar roepen. Het werd dus tijd om deze roep maar eens te gaan beantwoorden en de nachtbus te nemen naar Medellxedn.
Ook in Medellxedn zijn we vervolgens bijna een week gebleven. Nadat we een nachtje hadden geslapen in een hotel waar normaal vooral per uur betaald wordt, hebben we de rest van de week doorgebracht bij een familie thuis. Meer hierover in het volgende bericht…
(Kijk ook eens op www.wijchillenhier.waarbenjij.nu voor de verhalen van mijn reisgenoten en meer fotoxb4s)
Hierbij weer wat illustratiemateriaal bij de verhalen. De eerste fotoxb4s zijn nog van Merida en omgeving. De laatste fotoxb4s lopen wat vooruit op de reisverhalen en zijn genomen in en rond Taganga in Colombia.
Wind wordt gemeten voor we aan onze paraglydes de lucht in worden gestuurd
Een paar verfrissende nieuwe ijssmaken…(Merida, Venezuela)
De grooste kabelbaan ter wereld (Merida)
Hier hebben we het dus erg koud…
Plaza de las Heroinas (Merida)
Vrienden voor het leven (Taganga, Colombia)
Na bijna een week in Merida kwam aan ons verblijf in Venezuela een einde. xb4s Avonds namen we de nachtbus die, zo was de bedoeling, ons al slapend naar Maracaibo moest brengen. Het was weer eens een hele luxe bus, met stoelen die in een beweging konden worden omgetoverd tot bed, airconditioning en natuurlijk de nodige actiefilms voor het slapen gaan. Perfect dus, al kende natuurlijk ook deze bus wel zijn nadelen. Het eerste nadeel zat op de stoel voor mij, was bezig aan zeker niet zijn eerste fles whisky en besloot om zich maar eens goed om te draaien en een gezellig praatje te gaan maken met ons. Dat wij verder niet gexefnteresseerd waren in een praatje met deze dronkenlap kon hem verder niet deren en hij bleef dan ook doorpraten toen wij al lang niet meer luisterden en ondanks zijn gelul in slaap probeerden te vallen.
Het tweede nadeel kwam halverwege de rit binnen en ging op de stoel naast mij zitten. Deze vrouw, die van een iets groter formaat was dan god ooit bedoeld had zorgde ervoor dat ik niet meer languit over twee stoelen kon slapen, maar werd wegegdrukt in een hoekje.
Dit kon echter niet verhinderen dat we een redelijk goede busrit hadden en we rtedelijk uitgeslapen aankwamen in Maracaibo.
De door ons gehoopte directe bus van Maracaibo (Venezuela) naar Santa Marta (Colombia) bleek of al te zijn vertrokken of helemaal niet te bestaan (werd ons niet helemaal duidelijk), waardoor we dit stuk in twee etappexb4s moesten afleggen. De eerste etappe moest ons net over de grens brengen, naar Maicao, maar in de tijd dat wij dit allemaal aan het uitvogelen waren leken alle bussen die hier heen gingen ineens allemaal vertrokken te zijn, waardoor we nog een uurtje extra op het busstation onze tijd moesten doden.
Een uur later reden we wel echt weg, in een bus waar de beenruimte was afgestemd op mensen kleiner dan 1.60 meter. In het begin van de rit hadden we nog alle ruimte doordat de bus vrij leeg was, maar naarmate de bus voller stroomde en er meer mensen op het bankje naast me kwamen zitten, werd ik steeds verder opgevouwen totdat ik uiteindelijk klem zat en bewegen verder onmogelijk werd. De rit zelf ging een stuk langzamer dan het vorige stuk, maar was ook een stuk leuker. Onderweg stapte er vanalles in en uit: hele schoolklassen, mannetjes met veel te veel bagage, een oud vrouwtje met een stoel en een aantal mensen die net als wij ook echt naar Colombia moesten. Eenmaal bij de grens werden we door de buschauffeur in recordtempo langs alle douaneformaliteiten meegesleept en voor we het wisten zaten we ineens echt in Colombia. Iets verderop, in Maicao, werden we, midden op een grote straat door dezelfde buschauffeur uit de bus gezet met de mededeling dat we vanaf hier wel een bus konden krijgen naar Santa Marta. Om onze chauffeur geen ongelijk te geven kwamen er meteen een aantal mannetjes op ons af rennen om ons hun bus in te schreeuwen en om geld te wisselen. Het lukte ze om ons zover te krijgen om beide te doen en na een verblijf van een paar minuten in Maicao waren we alweer verder op weg naar Santa Marta.
De bus waar we in terecht kwamen zat redelijk vol, met passagiers maar vooral ook met een heleboel spullen die in Venezuela goedkoper zijn dan in Colombia en al dan niet legaal Colombia waren binnen gebracht. Tussen al deze bagage zochten we een plekje, met onze voeten op grote zakken Venezolaanse rijst en sloten we ons aan bij de rest van de bus die naar een belachelijk slechte horrorfilm zaten te kijken (die na afloop gewoon weer op niew begon). De busrit schoot niet echt op. Onderweg stapten veel mensen in en uit, met als gevolg veel gesleep met bagage, maar een belangrijker punt van oponthoud waren de vele politiecontroles onderweg. Een paar keer werden we slechts voor even stilgehouden, maar een keer werden alle passagiers vriendelijk verzocht om de bus te verlaten en rustig te wachten. Ondertussen werd de bus onderworpen aan een full bodysearch door militairen in te warme pakken, met zweetdruppels op het gezicht, een mitrailleur op de rug en hun bloedgroep achter hun naam geprint op hun uniform. De politie bleek vooral gexefnteresseerd in de smokkelwaar in de bus en met name de dozen slaolie en ketchup waren onderwerp van discussie. Om de situatie in de bus nog wat chaotischer te maken werd elk moment van stilstand gebruikt door verkopers van drank, chips, broodjes en dergelijke om hun waar aan de man te brengen. En natuurlijk konden ook de gebruikelijke tell-sell verkopers niet ontbreken. Tell-Sell verkoopster een probeerde haar horloges te verkopen door te laten zien dat ze ook in een potje water gewoon door bleven tikken en Tell-Sell verkoper twee had een middeltje waarmee je lichaam helemaal gereinigd werd, mits twee keer daags ingenomen.
Toch kwamen we langzaam maar zeker dichterbij Santa Marta, onderweg rijdend door een steeds mooier landschap, met jungle en bergen aan de ene kant en de zee aan de andere kant. En net op het moment dat de zon begon onder te gaan kwamen we, na een tocht van bijna 24 uur, eindelijk Santa Marta binnenrijden…
Het is alweer meer dan een week geleden dat we in een koelkast in de vorm van een superluxe bus Merida binnen kwamen rijden. Dit gebeurde om zes uur xb4s ochtends en ons eerste doel was dan ook om een hotelletje te vinden. Maar nadat vier slaperige hoteleigenaren ons wisten te vertellen dat alles vol zat leek deze taak toch iets moelijker dan gedacht… Gelukkig stond er ineens in de verder verlaten straat een klein vrouwtje voor onze neus die ons een spontaan een slaapplaats in haar hotel aanbood, waar we dan ook gretig op in gingen.
Later die dag bleek waarom alles zo vol zat. Precies op het moment dat wij in Merida zaten vond er ook een groot sporttoernooi tussen alle 27 universiteiten van he land plaats en de studenten hadden bezit genomen van een groot deel van de hotelkamers. Gelukkig zorgde dit toernooi ook voor veel meer leven in de stad en zijn we nu bevriend met karatekaxb4s uit Caracas, atleten uit Puerto Cabello en honkballers uit Lara (en met een meisje dat beweerde te doen aan kickingball, een soort kruising tussen voetbal en honkbal, maar we geloven nog steeds niet dat dit echt een sport is…).
Merida is zoxb4n beetje het centrum voor alle afritsbroek-toeristen en de belangrijkste plek voor al je buitensport-activiteiten, al hebben wij het gehouden bij het eerder genoemde paraglyden. Een andere attractie in Merida (een xb4must have seenxb4 volgens de Lonely Planet) is een kabelbaan die verdeeld is in vier etappes, 12 kilometer lang is en stijgt van ongeveer 1500 meter tot een hoogte van 4750 meter. Na de eerste twee etappes vroegen we ons af of het wel slim was om alleen een trui mee naar boven te nemen, zeker toen we zagen dat iedereen om ons heen ineens jassen, mutsen en sjalen uit hun tas begon te halen. Een verdieping hoger was het geen vraag meer, maar waren we ervan overtuigd dat we niet de meest slimme toeristen zijn (maar wel verreweg de minst warm geklede). Toch begonnen we dapper aan de laatste etappe, hopend dat we boven niet dood zouden vriezen en dat het beeld van de Maagd Maria dat boven op ons stond te wachten misschien een klein wondertje voor ons over had. We hebben het gelukkig overleefd en al onze vingers en tenen zitten er nog aan…
Het uitzicht boven schijnt heel mooi te zijn, maar wij hadden de pech dat de berg net bezocht werd door een dik pak wolken, waardoor ons uitzicht beperkt werd tot ongeveer 50 centimeter.
Gelukkig werden we boven toch nog vermaakt door de eerder genoemde atleten uit Puerto Cabello. Zij leken een bepaald, belachelijk hoog, quotum aan fotoxb4s te moeten halen en als het uitzicht niet goed is dan zijn vier Hollanders natuurlijk het beste object om te fotograferen. Nu staan we dus op een paar honderd fotoxb4s, samen met een tiental Venezolanen en de Maagd Maria.
Naast de Teleferico heeft Merida nog een attractie die het Guiness Book of Records heeft gehaald: ijssalon Coromoto. De eigenaar van deze ijswinkel is ooit op het walgelijk slechte idee gekomen dat ijs niet per definitie de smaak citroen, aardbei of vanille hoeft te hebben maar dat ook smaken als hamburger, zalm en xb4spaghetti met kaasxb4 mogelijk zijn. Inmiddels heeft de ijszaak bijna duizend verschillende smaken verzonnen en gemaakt en blijven ze doorgaan met het verzinnen van meer idiote smaakcombinaties. Hoewel wij natuurlijk geheel onbevooroordeeld begonnen aan ons vlees-tonijn ijsje, heeft het ijs toch meer van de prullenbak gezien dan van de binnenkant van onze maag. En hoewel ik vervolgens dacht een iets minder gewaagde keus te maken heeft het avocado-coca-cola ijsje er toch voor gezorgd dat ik de rest van de dag niet meer hoefde te eten en misselijk door Merida heen waggelde.
De rest van de dagen hebben we rustig in Merida zelf doorgebracht. Ons hotel was gelegen aan het park met de toepasselijke naam xb4Plaza de las Heroinasxb4 en elke middag stroomde dit plein vol met families, jongeren, ouderen , straatverkopers en autoxb4s met keiharde reggaeton uit de achterbak. De eerste biertjes werden hier meestal rond het ontbijt opengetrokken en zo kabbelde de dag op het plein voort tot tien uur `s avonds, het moment waarop de politie op verbazingwekkend snelle wijze het plein leeg wist te vegen. Vanuit ons hotel konden we het hele gebeuren mooi aanschouwen, maar meestal zaten we ook gewoon op het plein zelf of liepen we wat rond door de rest van Merida.
Na bijna een week in Merida was het tijd om het hoofdstuk Venezuela af te sluiten en door te reizen naar Colombia. Een tocht die eigenlijk niet al te lang moest gaan duren, maar die ons bijna 24 uur heeft gekost… later meer hierover…
Op 24 juli 1783 werd in Venezuela, wat toen nog helemaal geen Venezuela was, ene Simxf3n Bolxedvar geboren. Simxf3n groeide op en kwam er na een tijdje achter dat hij het wel gehad had met de Spanjaarden en hij begon met een lange strijd om Zuid-Amerika te xb4bevrijdenxb4 van diezelfde Spanjaarden. Hij deed dit niet onverdienstelijk en aan het eind van zijn leven was door zijn toedoen zoxb4n beetje heel Zuid-Amerika onafhankelijk en was hij een van de grootste helden van het continent. Bolxedvar kreeg zelfs een heel land naar hem vernoemd (Bolivia) en hij wordt over het hele continent vereerd als held. Maar deze adoratie is verreweg het grootst in zijn thuisland Venezuela en is de laatste jaren nog eens flink aangewakkerd door de huidige president Hugo Chxe1vez.
Chxe1vez ziet Simxf3n Bolxedvar als zijn grote voorbeeld en besloot de toch al niet geringe heldenverering een extra boost te geven. Hierdoor is het nu mogelijk om in de xb4Bolxedvariaanse Republiek Venezuelaxb4 af te reizen naar de provincie xb4Bolxedvarxb4 en daar een bezoekje te brengen aan xb4Ciudad Bolxedvarxb4, of om ergens anders in het land de xb4Pico Bolxedvarxb4(5009 meter hoog) te beklimmen. Als je in Caracas aankomt land je natuurlijk op de xb4Aeropuerto Simxf3n Bolxedvarxb4 en de snelweg naar de stad zelf gaat onder de bergen door, door de xb4Simxf3n Bolxedvar tunnelxb4. Het belangrijkste plein in elke stad is vanzelfsprekend het xb4Plaza Simxf3n Bolxedvarxb4en is altijd versierd met een fors uitgevallen standbeeld van Simxf3n himself (toon nooit disrespect voor Simxf3n door op deze pleinen bijvoorbeeld je voeten op een bankje te zetten, aldus de waarschuwende woorden van de Lonely Planet). Daarnaast kent natuurlijk elke stad wel een xb4Calle Simxf3n Bolxedvarxb4, een xb4Avenida Simxf3n Bolxedvarxb4, een xb4Parque Simxf3n Bolxedvarxb4 of allemaal tegelijkertijd.
Als je helemaal denkt te kunnen ontsnappen aan Simxf3n, door de pleinen, straten en steden naar hem vernoemd te mijden kom je bedrogen uit. Zodra je ergens moet betalen, moet je je xb4Bolivaresxb4uit je portomonnee halen en zowel op alle muntjes als op het biljet van 1000 Bolivar staat natuurlijk de kop van onze Simxf3n…